23 8 / 2014

Misschien het verkeerde seizoen om deze te lezen. .. of toch niet!?

Misschien het verkeerde seizoen om deze te lezen. .. of toch niet!?

01 8 / 2014

Leftover-day! Zelf gemaakte quiches met simpele salade…

Leftover-day! Zelf gemaakte quiches met simpele salade…

30 7 / 2014

Zonsondergang in de polder, vlak bij huis…

Zonsondergang in de polder, vlak bij huis…

26 7 / 2014

Op de heenweg naar edinburgh “meegevlogen” met de zonsondergang.

Op de heenweg naar edinburgh “meegevlogen” met de zonsondergang.

22 7 / 2014

Op 21 juli was het 7 jaar geleden dat Harry Potter and the Deathly Hallows uitkwam. Terwijl mijn vrienden zich om middernacht in een rij hadden aangesloten in Amsterdam, en daarna waren gaan slapen, zat ik in Zuid-Frankrijk met mijn familie. Dat vond ik best wel heel verschrikkelijk, want het boek lezen was zo ongeveer mijn levensdoel geworden. Het Engelse Harry Potterboek überhaupt vinden in een afgelegen dorpje de volgende morgen bleek echter al een hele opgave. De boekenzaak die ze uiteindelijk had, had ze slordig op een hoop gegooid, achter in de winkel. Toen ik mijn exemplaar eenmaal had en begon te lezen, ben ik een dag of 4 niet aanspreekbaar geweest. (Behalve voor de wel hele knappe zoon van de campingbaas, maar dat terzijde.)

Het was een vreemde zomer. Ik kreeg in die weken in Zuid-Frankrijk tegelijkertijd te horen dat ik niet was ingeloot voor de studie geneeskunde. Het Harry Potterboek leidde me niet alleen af van die teleurstelling, (Ik mocht één middag huilen van mezelf, Harry had het namelijk veel zwaarder en huilde ook nauwelijks,) het hielp me ook uit te zien naar de studie geschiedenis, die ik als tweede optie had gekozen. Kleine feitjes, uitzoekwerkjes, verhalen: ik was (en ben) er gek op en bijt me erin vast. Als iets daar een goed voorbeeld van is, dan was het wel Harry Potter, toen ik als 14-jarige uitvond dat de meeste spreuken uit het Latijn kwamen, en ik een lijst bijhield die ik constant vergeleek met het woordenboek Latijn. En stiekem wilde ik ook schrijven. Een studie geschiedenis zou avontuur betekenen, weg van de gebaande paden en volledige vrijheid om (vanaf mijn tweede jaar) mijn vakkenpakket zelf samen te stellen.

Nu, 7 jaar later, is alles heel erg anders, en toch nog hetzelfde. Schrijver ben ik (nog) niet. Mijn studie geschiedenis is vorig jaar afgerond, en ik ga nu, na 10 maanden werken als stagiaire en interim-medewerker, beginnen aan mijn eerste jaarcontract. Ik woon samen met mijn vriend, die de magie van Potter niet begrijpt, maar wel ter ondersteuning mee ging naar de films.

Tijdens krappe periodes denk ik nog wel eens “wat als ik wel was ingeloot” en ik zal altijd met een vreemd plezier EHBO toepassen als iemand gewond is, maar ik ben tevreden over de meeste keuzes die ik gemaakt heb. Zeker als ik zie hoeveel uren mijn geneeskunde-vrienden draaien. Ik ben misschien iets uit de Potterboeken gegroeid, en wat meer sociaal geworden, door het roeien tijdens mijn studie. Al kan ik me nog steeds bij een goed verhaal opsluiten en een aantal dagen niet aanspreekbaar zijn. Als ik niet in slaap kom door zorgen, helpt het om één pagina te lezen van één van de zeven boekwerken en op de inhoud in slaap te vallen, net als tijdens die vakantie in Frankrijk. Harry Potter and the Deathly Hallows zal voor altijd verbonden zijn aan die zomer in Zuid-Frankrijk. Aan de plek waar ik troost en afleiding vond.

Het was pas vandaag (een dag later) dat ik besefte dat het 7 jaar geleden was. En het was pas zojuist, tijdens het schrijven, dat ik erachter kwam dat mijn reis naar Edinburgh aankomend weekend des te meer symbolisch opgevat kan worden. In het echte leven zit de symboliek er echter pas in als je er zelf betekenis aan geeft. En het leven is inmiddels meer dan Potter: Ik kan me in Edinburg inmiddels vast ook vergapen aan alle historische waarde van de stad. Ik ben gegroeid. 

13 7 / 2014

Hoe symbolisch: een zwanenpaar komt met maarliefst 7 jongen kijken hoe welvarend Njord (roeivereniging, symbool = zwaan) het afgelopen jaar is geweest, tijdens de laatste dag van het lustrum. ..

Hoe symbolisch: een zwanenpaar komt met maarliefst 7 jongen kijken hoe welvarend Njord (roeivereniging, symbool = zwaan) het afgelopen jaar is geweest, tijdens de laatste dag van het lustrum. ..

09 7 / 2014

Superblij met de nieuwe salontafel! (Op de voorgrond dus, niet dat lak-ding erachter…)

Superblij met de nieuwe salontafel! (Op de voorgrond dus, niet dat lak-ding erachter…)

27 6 / 2014

Ready for tha party! Vier vanavond mn afstuderen en 25ste verjaardag!

Ready for tha party! Vier vanavond mn afstuderen en 25ste verjaardag!

24 6 / 2014

Hangt in de gang van mijn werk…

Hangt in de gang van mijn werk…

14 4 / 2014

Ik denk dat ik dit jaar kan vaststellen dat BEDIA (Blog Every Day In April) helaas niet gaat lukken. Al zou ik nu alsnog mijn best doen, dan zouden er alsnog 10 van de 30 dagen geen blog zijn verschenen. Ik heb echter nog nooit een meer geldig excuus gehad dan nu:

*tromgeroffel*
Ik ga samenwonen!

En tussen de gedachtes zoals: “Help!” “Kost laminaat zoveel geld?” “Natuurlijk vul ik graag 100 formulieren in voor huurtoeslag” en “Ik heb veel te veel spullen…” Is het lastig om elke avond je hoofd op orde te maken en een stukje te schrijven.

Misschien kan ik beter, als de rust is terug gekeerd, een algemene beschouwing van het hele proces doen. Dan kan ik denk ik ook weer de humor ervan inzien dat de vorige bewoners een fuchsia-rode muur hadden in het appartement, of dat de huurvereniging net is gefuseerd waardoor de onduidelijkheden blijven opstapelen…

Na 18 mei dus weer meer op deze site! Misschien een BEDIJ? (Blog Every Day In June)

02 4 / 2014

En opnieuw dit jaar van mij een dappere poging om elke dag in April een berichtje hier achter te laten. Dat zou niet moeilijk moeten worden, want na 3 (of 4?) jaar ervaring zou ik inmiddels wel moeten weten hoe het werkt. En het is niet alsof ik alle verhalen van de afgelopen maanden al verteld heb; 2014 is door alle drukte tot nu toe erg rustig qua blogs.

Probleem is echter wel dat ik niet zoals voorgaande jaren foto’s van mijn instagram mee laat doen als blogposts, mijn mobiel is namelijk stuk. En aangezien de weekenden behoorlijk vol zitten, gun ik mezelf dan vrij.

We zullen zien. Misschien is dit tot half mei wel de laatste melding… Al staan er genoeg leuke gebeurtenissen gepland in april dat ik er haast wel over moet schrijven…

01 4 / 2014

Afgelopen weekend keek ik gedwee mee toen een oude vriendin de foto’s van mijn middelbare schooltijd aan mijn vriend liet zien. Ik weet niet wanneer het moment komt dat die foto’s dezelfde schattigheidsfactor krijgen als dat babyfoto’s dat nu voor mij hebben, maar 7 jaar is nog niet lang genoeg om het trauma van slechte kleding en nog slechtere haarkapsels te hebben verwerkt. M’n vriend verzekerde me dat ik er nu een stuk beter uit zag, terwijl mijn vriendin bemoedigende woorden sprak als: “Gelukkig ben je qua karakter nog niet veranderd”.

Één van de karaktereigenschappen die nog niet was veranderd volgens hen was mijn rommeligheid. Ik ben een slons. Iemand die haar bed niet opmaakt. “Als je een archeoloog de troep onder jouw bed zou zien, zouden ze de puurste vorm van een studentenleven zien, in al haar facetten.” Nou vind ik van beiden op mijn beurt dat ze autistische schoonmakers zijn (de één ruimt de keuken al op tijdens het koken, en de ander kan niet slapen als het kopje thee niet op de onderzetter staat). Ieder z’n ding.

Maar het fijne van klaar zijn met de middelbare school is dat je misschien langzaam uit de hokjes kan stappen. In die 7 jaar ben ik vast iets minder rommelig geworden. Al was het alleen maar omdat ik het wat minder snel een rommel laat worden, omdat ik nu besef dat je het dan zelf moet opruimen. Ik kan best netjes zijn, toch? Ik ben het op mijn werk, ik denk systematisch en wordt zelfs blij als er logica zit achter de opbouw van computermappen. Ik ben nu een young professional, die verantwoordelijkheid neemt, en geen tiener die in een daad van rebellie met een hanenkam naar het gala ging.

De opmerking over archeologische studies spookte deze week in mijn hoofd verder en mondde uit in een scenario over hoe ik vermoord zou worden. Rechercheurs zouden mijn te rommelige kamer betreden, om erachter te komen dat mijn moordenaar een genetisch gemodificeerde supermuis was, die zich tegoed had gedaan aan alle troep onder mijn bed. (Nog zulke fijne karaktertrekken: een sterke drang naar drama en een onbegrensde fantasie.)

Om dat totaal geloofwaardige verhaal te voorkomen heb ik zojuist toch de gevaren onder mijn bed getrotseerd. Ik zou mijn vriend en oude schoolvriendin (En genetisch gemodificeerde muis) wel eens laten zien dat ik heus wel wat ben veranderd. De stofwolken zijn dan ook met gevaar voor eigen leven weggehaald, en ik vond zelfs wat oorbellen terug.

Toch is het misschien ook wel geruststellend dat mijn vriend en vriendin me beter kennen dan ikzelf. Want ook al zal ik niet meer 6 jaar lang veroordeeld zijn tot een hokje zoals op de middelbare, ik kom er niet onderuit dat ik inderdaad van nature niet netjes ben in huis. De tijdschriften, boeken, haarelastiekjes, prulletjes, snoeppapiertjes, papieren, oude mobieltjes, opladers, sloffen, posters, cd’s en pennen zijn onder mijn bed vandaan. Ze liggen nu echter zoals gewoonlijk in de rest van mijn kamer te slingeren…..

12 2 / 2014

Ik kwam erachter dat ik een bepaalde motivatie nodig heb om met mn handen in dat teiltje te duiken. één van de bovenstaande redenen, of een combinatie van zijn altijd de reden:

1. Het internet ligt eruit, dus je hebt niets beters te doen. (Overigens mag je best wegrennen van je taak zodra je je laptop weer hoort zoemen)

2. Je staat te wachten tot je eten klaar is, dus je kunt net zo goed je afwas doen.

3. Het is gezellig in de keuken en je rekt de tijd met je huisgenoten door af te wassen.

4. Je huisgenoten dwingen je.

5. Je maandelijkse opruimwoede van je kamer verplaatst zich ter afwisseling eens naar de keuken. 

6. Er is letterlijk geen ander schoon keukengerei meer. (hierbij geldt de reden dat je alleen dat ene item hoeft schoon te maken.)

7. Je bent met vrienden en je wil van de vele handen gebruik maken om licht werk te verzetten.

8. Je hebt een muis gezien (in welk deel van het huis dan ook) en bent bang dat hij je veroordeeld, of aangetrokken wordt vanwege de afwas-stapel.

9. Je wilt laten zien aan huisgenoten dat JIJ WEL je afwas doet met een passief-agressieve actie. 

10. Er is een terrorist binnen geslopen en de enige manier waarop je de wereld kan redden is door af te wassen.

10 2 / 2014

Vandaag besloot ik, na een frustrerende dag op mijn werk, dat het tijd werd om te gaan sporten. Meedoen met de conditietraining van mijn huisgenote, die op dit moment in de damesch 8 van de roeivereniging van Njord zit, leek me de leukste en handigste optie. Ik wist ruwweg dat het een zware training was, ik had m immers jarenlang gevolgd en was er altijd met succes moe van geworden. Moe genoeg om de frustraties tijdelijk even te vergeten.

Maar terwijl ik letterlijk mijn best deed om niet flauw te vallen halverwege de training, besefte ik dat ik niet alleen uit conditie was, maar ook ouder. Ik was niet meer dezelfde als vijf jaar geleden, toen ik ook in zo’n zelfde damesch 8 met veel moeite de trainingen had voltooid. Ik was nu de (in mijn ogen ietwat zielige) ouderejaars, wiens glorietijden in het verleden liggen, en die simpelweg niet meer de tijd heeft om een zelfde roeiconditie op te bouwen als de meiden van nu.

Overigens was het ook nooit een slim plan geweest om halverwege het jaar mee te gaan doen aan een conditietraining, maar dat terzijde.

Met kuiten die brandden en een hoofd dat duizelde door het zuurstoftekort, besefte ik me des te meer wat ik me al vanaf september besef: Ik zit in Limbo. Ja, ik ben afgestudeerd, en hou mezelf op dit moment 5 dagen per week druk bezig met twee (tijdelijke) “Echte Banen”, maar wat er daarna komt, is onzeker. En om die onzekerheid niet constant aan je te laten knagen, is een ware kunst.

Hang naar zekerheden uit het verleden (zoals spontaan besluiten om de naarste training uit je damesch 8 jaar te gaan volgen) bieden echter net zo weinig garanties voor de toekomst als alle nieuwigheden die op je af komen. Misschien zelfs wel minder, want door het veilige op te zoeken, zal je jezelf heus niet ontwikkelen. En doordat je je maar sporadisch kan laten afbeulen vanwege tijdgebrek, zal je niet eens een zoveel betere conditie krijgen. De kans is groter dat ik wat scheur of flauwval.

En toch is het wel de bedoeling dat je je kwaliteiten uit het verleden meeneemt naar iets nieuws. Ik had misschien niet mee moeten doen met de damesch 8. Maar mijn roeifanatisme gebruiken om een nieuwe sport te leren (zoals squash, afgelopen weekend) of om me ergens stug in vast te bijten en in een rustiger tempo op conditie te komen, zijn geen slechte kwaliteiten. Het zorgt vanzelf voor een stabielere conditie, maar die kun je niet ineens afdwingen. En dat geldt ook voor mijn weg uit het Limbo-leven. Ik ben inmiddels met veel plezier werkzaam bij de gemeente. Garanties voor de toekomst bieden ze niet. Maar stug erop vertrouwen dat ik met mijn kwaliteiten ergens kom, gaat me ooit uit Limbo redden.

16 1 / 2014

Afgelopen zomer infecteerde een vriendin mij met wat de vervelendste eigenschap moet zijn om te hebben als nieuwbakken-gemeenteambtenaar: Ze infecteerde me met haar irritatie voor het stopwoordje “Zeg-maar”. 

Het begon redelijk onschuldig. Iedere keer als er in onze vriendengroep “zeg maar” werd gezegd om iets uit te leggen, herhaalde ze het “ZEG MAAR!”. Hoewel dit de eerste drie keer in een conversatie best hilarisch is, wordt het algauw behoorlijk vervelend, maar heeft het voor mijn vriendin wel het gewenste effect: Je stopt algauw met het het zeggen van “zeg maar”, wat toch maar de equivalent van het nog ergere “like” is, in het Amerikaans-Engels: lege woorden, die best vergeten kunnen worden als ze niet nuttig zijn. 

Toen mijn vriendin echter uitlegde hoe zij aan de eigenschap was gekomen, had ik stront aan de knikker moeten voelen: Het was op haar werk een terugkerende grap: iedere keer als iemand het daar zei, werd hij erop gewezen. Elke dag. Net zo lang tot het “zeg maar” uit je vocabulaire verdween, omdat je je heel bewust wordt wanneer je het zegt. 

Aan die bewustwording zit ook een schaduwkant: Je neemt namelijk als vanzelf de rol van aanwijzer aan, constant iedereen eraan herinneren om niet “zeg maar” te zeggen, of het in ieder geval luidkeels te herhalen zodra de twee zinnen onterecht worden uitgesproken. Mijn vriendin, en vervolgens de gehele vriendengroep, was het ultieme voorbeeld ervan. 

Wat dit met mijn werk te maken heeft? Mijn rol in het “zeg maar”-debacle zit op dit moment tussen “zeg maar”- zelf zeggen en “zeg maar” opmerken en het ook hard terug te roepen: “ZEG MAAR”. En op mijn nieuwe werk wordt “zeg maar” zo’n 2000 keer per dag gebruikt, door elke collega. Het is lastig te luisteren naar de inhoud van het gesprek met je chef als je alleen maar de neiging voelt om te reageren op haar “zeg maar”. Een tegenargument in een discussie vergeet ik zodra de tegenstander in zijn/haar argument “zeg maar” gebruikt. En één van mijn collega’s betrapte ik erop dat ze het stop-woordje in een lange zin, waarbij ze moeilijk op woorden kwam, 8 keer gebruikte. Probeer dan nog maar eens kalm te blijven en niet te lachen. Ik ben helaas niet zo overheersend op de werkvloer dat ik net als in mijn vriendengroep iedere keer “ZEG MAAR!” roep als er weer een uiting is, maar ik zou wensen dat ik het was. Want als het je eenmaal opvalt en ergert, is er zeg maar geen weg meer terug.